Het effect vaststellen van je interventie, kan met een experimenteel onderzoek. Hierbij kijk je door middel van twee groepen of je interventie of activiteit werkt. De ene groep krijgt de interventie (experimentele groep) en een soortgelijke groep krijgt de interventie niet (controle groep). Je bekijkt dan de verschillen tussen de twee groepen. Je kunt ook kijken naar verschillen voor en na ‘het experiment’: je interventie of activiteit. Je kunt dit ook combineren. Wij leggen je uit hoe je een experimenteel onderzoek kunt inzetten.
Voordat je je interventie of activiteit gaat uitvoeren wil je weten wat je nulpunt is. Je wilt weten wat de houding of stand van zaken tot nu toe is. Je doet dan een nulmeting: een onderzoek om erachter te komen waar je doelgroep op dat moment staat.
Nadat je je interventie of activiteit hebt doorgevoerd ga je een nameting uitvoeren. Hoe denken mensen er nu over. Deze resultaten vergelijk je met de data die je hebt verzameld bij de nulmeting. Hierdoor zie je het effect van de manipulatie.
Je kunt er zelfs voor kiezen om twee nametingen te doen: één vlak na de interventie en één een half jaar later. Hiermee breng je het korte termijn en het lange termijn in beeld.
De doelgroep wordt in twee groepen verdeeld, een experimentele- en controlegroep. De experimentele groep neemt deel aan het experiment: je interventie of activiteit. En de controlegroep niet of gebruikt de oude dienstverlening/product. Je kunt ook kijken of je naast je doelgroep, die volledig deelneemt aan je interventie of activiteit, een soortgelijke groep kunt vinden voor je onderzoek. Door na de interventie of activiteit de twee groepen te vergelijken zie je het effect van ’je experiment’.
Door de voor- en nameting van de experimentele en controlegroep met elkaar te vergelijken, krijg je een duidelijk beeld van de effecten van je interventie. Op basis hiervan kun je het besluit nemen om door te gaan met het oude of juist te gaan voor het nieuwe. Tevens kan je ervoor kiezen om het nieuwe verder te ontwikkelen.
Heb je hulp nodig bij het opzetten van een experimenteel onderzoek? Wij denken graag met je mee over een effectmeting door middel van een experimenteel onderzoek.
Met een dashboard kun je veel sturingsinformatie verkrijgen. Zo kan een dashboard zeer interessant zijn als je weet welke informatie je nodig hebt om te kunnen sturen. Op welke indicatoren wil je zicht hebben en hoe geef je deze op een juiste manier weer? Maak daarom gebruik van dit stappenplan waarmee je jouw sturingsinformatie helemaal inzichtelijk maakt.
Stap 1: Stel indicatoren vast
Bepaal in de eerste stap welke informatie je nodig hebt om beslissingen te kunnen nemen. Wil je besluiten of je met een product of actie door wilt gaan? Kijk dan welke informatie je hiervoor nodig hebt. Waar moet het product of de actie allemaal aan voldoen? Wanneer neem je een besluit om bij te sturen of door te gaan zoals het nu gaat?. Maak er meetbare indicatoren van.
Stap 2: Zoek informatiebronnen
Zoek naar handige informatiebronnen die je kunt gebruiken om informatie inzichtelijk te krijgen. Denk hierbij aan verkoopcijfers, het aantal bezoekers op je website en de aanmeldingen voor je nieuwsbrief. Ook je ticketsysteem geeft je een hoop bruikbare informatie. Let hierbij ook op in welk format de informatie wordt opgeslagen en hoe je deze kunt uitlezen. Heb je daar speciale programma’s voor nodig of kun je het openen in Excel?
Stap 3: Geef de informatie grafisch weer
Er zijn verschillende manieren om informatie grafisch weer te geven. Maak bijvoorbeeld gebruik van een stroomschema met grafieken ter ondersteuning. Bedenk hierbij wel of je het dashboard op één tabblad wilt hebben of dat je een document met verschillende tabbladen nodig hebt. Zo kun je bepalen wat voor soort grafiek het beste past.
Stap 4: Bouw het dashboard
Misschien vind je het zelf leuk om met Excel aan de slag te gaan. Maar om een mooi en inzichtelijk dashboard te bouwen, moet je verschillende informatiebronnen aan elkaar koppelen. En niet iedereen heeft de vaardigheden om dit te doen. Zoek daarom iemand die het dashboard voor je kan bouwen en overleg regelmatig met elkaar of het dashboard aan jouw wensen voldoet.
Stap 5: Test het dashboard
Is je dashboard gebouwd? Test deze in het begin dan goed. Krijg je de juiste informatie om te sturen? Zijn de belangrijkste indicatoren die je bij stap 1 hebt opgesteld inzichtelijk? Zie het als een proefperiode waarna je nog aanpassingen kunt doen. Het kan zomaar zijn dat je nog informatie mist of dat je alleen gebruikmaakt van bepaalde grafieken en de rest eigenlijk niet belangrijk is.
Meer informatie
Hulp nodig bij het proces rondom het maken van een dashboard? Wij helpen je graag. Hier vind je meer informatie over een dashboard ontwerpen.
Het wil wel eens voorkomen dat je vastloopt in je onderzoek. Je was lekker op gang, maar ineens zie je het niet meer. Hoe kun je dan verder? Ga je opnieuw beginnen? Maar ja.. als je al data hebt verzameld kun je moeilijk opnieuw beginnen. Met deze tips kun je verder met je onderzoek. Het zijn zeker ook tips die van toepassing zijn als je met een onderzoek gaat starten.
Wil je meer tips krijgen over het doen van onderzoek kijk dan op onze website en download het stappenplan: Overzicht in je onderzoek.
Bij diverse onderzoeken gebruiken we vragenlijsten. Hierbij maken we zowel gebruik van open als gesloten vragen. Voordat we de vragenlijst opstellen vragen we onszelf af welke informatie we willen verzamelen. Aan de hand hiervan kiezen we voor een open vraag of een gesloten vraag. Ik leg je uit wanneer een open vraag de juiste keuze is, op welk moment je beter een gesloten vraag kunt stellen en in welke situatie een combinatie van open en gesloten vragen toepasselijk is.
Bij het verzamelen van kwalitatieve data gebruiken we open vragen. Deze geven de respondent namelijk de gelegenheid om een uitgebreid antwoord te geven op je vraag. Hierdoor kom je erachter wat er leeft en wat de achterliggende gedachte is van het antwoord. Je gebruikt hierbij vooral “waarom-vragen” en “hoe-vragen”. Ook kun je verdiepende vragen stellen door in te gaan op achterliggende motivaties, meningen en behoeften van de respondenten.
Om kwantitatieve data te verzamelen gebruiken we gesloten vragen. Met gesloten vragen krijg je een goed inzicht in aantallen. Wil je bijvoorbeeld weten wat respondenten vinden van een bepaalde activiteit, geef ze dan de optie om een bepaald cijfer te geven. In deze gesloten vraag kan de respondent alleen kiezen tussen bepaalde antwoorden of ze moeten een cijfer invoeren. Doordat iedereen dezelfde soort antwoorden geeft, kun je deze makkelijk met elkaar vergelijken. Bereken bijvoorbeeld het gemiddelde, maar kijk ook wat er goed en minder goed scoort. Bovendien is het voor de respondent eenvoudig om in een korte tijd veel antwoorden te geven.
Ook bestaan er semi gesloten vragen. Deze kun je zien als onderdeel van gesloten vragen en kunnen de respondenten gebruiken als hun antwoord er niet tussen stond. Semi gesloten vragen zijn vragen met antwoordmogelijkheden die je zelf kunt aanvullen, bijvoorbeeld ‘Anders, namelijk …'. Een semi gesloten vraag gebruik je als je lijst met antwoorden niet uitputtend is. In de analyse kijk je of je deze antwoorden kunt categoriseren.
Omdat het makkelijker is voor de respondenten, bestaat een vragenlijst voornamelijk uit gesloten vragen. Ook zijn gesloten vragen eenvoudiger voor jezelf als je een analyse moet maken. Open vragen geven je verdiepende informatie die je wellicht nodig hebt om je kwantitatieve data uit te leggen. Maar open antwoorden moet je wel allemaal los verwerken.
Toch gebruiken wij in dezelfde vragenlijst vaak een combinatie van open en gesloten vragen. We starten eerst met een gesloten vraag en om respondenten de kans te geven hun keuze toe te lichten, stellen we daarna een open vraag. Met behulp van deze antwoorden krijg je een goed beeld van je respondenten.
Wil je meer lezen over wanneer je kwalitatief onderzoek doet of juist kwantitatief onderzoek? Lees dan onze blog keuze: kwalitatief onderzoek of kwantitatief onderzoek? Of de blog kwalitatief en kwantitatief onderzoek: wat is wat?
Het aanvragen van een subsidie voor je project, programma of activiteit bij een gemeente, provincie of een landelijk fonds kan lastig zijn. Vooral als je een kleine organisatie bent met weinig ervaring in fondsenwerving. Naast dat aanvragen vaak veel tijd kost, vinden organisaties het moeilijk om hun idee te vertalen naar een concrete aanvraag. Vanuit mijn onderzoekservaring naar subsidies, kan ik je de volgende tips geven om succesvolle subsidieaanvragen te doen.
Als ondernemer zit je vaak boordevol ideeën met interessante producten en diensten om problemen van je doelgroep op te lossen of om ze meer te bieden waar ze dol op zijn. Je idee is geweldig, dus zullen er klanten zijn die het willen kopen. Toch? Je kent je doelgroep dus je weet wat ze willen. Toch? Veel ideeën worden doorgevoerd gebaseerd op aannames dat er vraag is naar het product dat jij aan gaat bieden. Vervolgens blijf je worstelen om het goed in de markt te zetten en blijven de verkopen tegen vallen.
Om er zeker van te zijn dat je idee aansluit op de wensen en behoeften van je potentiële klanten en dat je weet hoe ze te bereiken, is het belangrijk om van te voren een marktonderzoek uit te voeren.
De voordelen van een marktonderzoek
Een nadeel? Een marktonderzoek kost tijd en geld, zonder dat je al een product aan het ontwikkelen bent. Maar dat weegt nauwelijks op tegen de informatie die je uit een marktonderzoek kan halen.
Wij raden je dus altijd aan om een marktonderzoek uit te voeren wanneer je een nieuw product op de markt brengt. Dat kan je zo groot en zo klein maken als je wilt.
Er zijn verschillende manieren om bezoekers te bevragen. Wij maken graag een combinatie van verschillende methodes. Eén methode op zich is natuurlijk ook voldoende om informatie te verkrijgen bij je bezoekers. De verschillende methodes hebben ook verschillende doelen. Wanneer kies je nou voor welke methode? Hieronder heb ik een kort overzicht gemaakt met het doel per methode.
Wij maken regelmatig combinaties van de verschillende methodes, omdat ze elkaar versterken. Zo kun je eerst je bezoekers observeren en ze daarna een vragenlijst laten invullen of juist een korte interview met ze houden. Zo zijn er vele mogelijkheden en wij denken graag met je mee. Benieuwd hoe we je kunnen helpen, kijk hier voor meer informatie.
Als je in een korte tijd veel informatie nodig hebt voor je onderzoek, is de kans groot dat je kiest voor een vragenlijst. Want dat is één van de voordelen van een vragenlijst als onderzoeksmethode: op een snelle manier bij veel respondenten veel informatie verzamelen. Maar wist je dat er ook andere manieren zijn om in korte tijd veel informatie te verkrijgen van je respondenten? Denk bijvoorbeeld aan een kort interview. Wij zetten de voordelen van een kort interview voor je op een rij en leggen je uit wat de verschillen zijn met een vragenlijst.
Bij een kort interview denken de meesten dat dit ontzettend veel tijd kost. Ook zou je het niet kwantitatief in kunnen zetten om te analyseren. Dit klopt niet helemaal. Een kort interview is namelijk absoluut in te zetten als kwantitatieve methode én veel tijd hoeft het niet te kosten. Zolang je maar goed bent voorbereid en weet wat je doet.
Stel vooraf aan je interview een gespreksprotocol met de interview vragen op. Denk goed na welke informatie je wilt verzamelen en zorg dat je de vragen niet te lastig en uitgebreid maakt. Houd hierbij in gedachte dat je interview maximaal 10 minuten mag duren.
Omdat je mensen fysiek spreekt, kun je doorvragen op bepaalde gegeven antwoorden. Zo weet je meteen de achterliggende gedachten van een bepaald antwoord en dat is vaak de informatie waar je naar op zoek bent. In tegenstelling tot een vragenlijst, waar snel sociaal wenselijk geantwoord wordt.
De antwoorden die je hebt verkregen uit je korte interview kun je onder andere vergelijken in een Excel bestand. Zo is het toch een kwantitatieve analyse en is het zelfs mogelijk om percentages uit te draaien. Dit is natuurlijk wel afhankelijk van je vragen. Heb je bijvoorbeeld een vraag waar men eigenschappen moet opnoemen, dan zie je eenvoudig welke eigenschappen er het vaakst genoemd zijn.
Met het invullen van een vragenlijst zijn respondenten ook al snel 10 minuten bezig. In dit tijdsbestek kun je ook makkelijk een kort interview doen en heb je zelfs nog meer informatie over waarom respondenten bepaalde antwoorden geven.
Heb je veel informatie nodig van je respondenten en kom je ook graag achter de achterliggende gedachten van bepaalde antwoorden? Overweeg dan zeker een kort interview in plaats van een vragenlijst. Maak hierbij ook gebruik van onze 15 tips voor een goed interview.
Al enige tijd loop je met een idee, een idee waarvan jij denkt dat het een succes gaat worden. Maar denkt iedereen daar zo over? Ga je het idee zomaar uitvoeren of ga je toch maar navragen aan een aantal mensen of het daadwerkelijk een goed idee is? Wanneer je besluit dat je het gaat navragen, begin je een marktonderzoek.
Het doel van een marktonderzoek doen is erachter komen of er potentie is voor een idee, dat kan een product zijn, maar ook een dienst. Met een marktonderzoek ga je vragen stellen aan de doelgroep van je idee. Als eerste ga je goed nadenken over wie je doelgroep is, waar je de doelgroep vindt en hoe je de doelgroep kunt bereiken. Daarna is het belangrijk dat je goed bedenkt wat je de doelgroep gaat vragen. Vraag naar het probleem wat jij denkt op te lossen en wat er belangrijk is bij een oplossing. Vraag wat ze in het verleden hebben gedaan en hoe ze dat hebben gedaan. Wat beviel goed en wat niet? Maar stel ook vragen over de doelgroep, over concurrenten en trends in de markt.
Je marktonderzoek kun je op verschillende manieren doen. Je kunt gebruik maken van een vragenlijst, het nadeel is dat je dan niet door kunt vragen waarom mensen het antwoord geven. Ik adviseer interviews te houden want dan laat je je doelgroep hun eigen woorden gebruiken. Daarnaast kun je doorvragen en zo achter gedragingen komen van de doelgroep.
Door het marktonderzoek krijg je het antwoord op de vraag of er potentie is voor je idee. Hoe meer informatie je kunt verzamelen hoe beter je een besluit kunt nemen of je doorgaat met je idee of er toch afscheid van moet nemen. Dit voordat je er veel tijd, energie en eventueel geld in hebt gestoken.
Stel: je hebt interviews afgenomen voor je onderzoek. Er is een hoop interessante informatie naar boven gekomen tijdens deze gesprekken. Maar hoe zorg je ervoor dat je die informatie kunt gebruiken om je onderzoeksvraag te beantwoorden?
Stap 1: verslaglegging
Maak een verslag van je interview. Het beste kun je dit doen aan de hand van een geluidsopname van het gesprek of je vraagt iemand die meteen mee typt tijdens het gesprek. Je kunt dit zo gedetailleerd doen als je wilt. Sommige onderzoekers transcriberen een gesprek (een letterlijk gesprek van alles wat wordt gezegd). Ik (laat) meestal een verslag maken waarin staat wat iemand vertelde met enkele sprekende voorbeelden die iemand noemt.
Als je zelf het gesprek uitwerkt vallen er vast al bepaalde passages op. Markeer deze alvast! Dit zal je tijd besparen tijdens het analyseren.
Stap 2: thema’s opstellen
Nadat je je interviews hebt uitgewerkt, is het tijd om te coderen. Bij coderen markeer je bepaalde onderwerpen en thema’s die jouw onderzoeksvraag kunnen beantwoorden. Als je op zoek gaat naar specifieke informatie, codeer je thematisch. Voordat je interviews ging afnemen, heb je vast een (vragen)lijst opgesteld met thema’s die je wilde bespreken. Deze kun je nu weer gebruiken. Stel een lijst met thema’s op. Print hem uit en houdt hem erbij tijdens het coderen.
Stap 3: coderen
Vervolgens ga je coderen. Print je interviews uit en onderstreep elke belangrijke passage. Gebruik een andere kleur voor elk verschillend thema. Soms is een thema echter niet zo eenduidig. Het kan zijn dat meerdere labels onder één thema vallen, bijvoorbeeld het thema ‘creativiteit’. Van te voren heb je opgesteld dat het thema creativiteit meerdere factoren bevat, zoals ‘nieuwsgierigheid’ en ‘experimenteren’. Dan geef je de passages die labels. Vervolgens groepeer je alle labels onder ‘creativiteit’. Het kan dat je er tijdens het coderen achter komt dat ‘vindingrijk zijn’ ook bij ‘creativiteit’ hoort. Maak dan een nieuw label aan. Dit geldt natuurlijk ook voor geheel nieuwe thema’s.
Het komt ook wel eens voor dat je er halverwege achter komt dat je bepaalde passages toch anders moet labelen. Of dat sommige labels niet nuttig zijn.
Stap 4: analyseren en rapporteren
Als het goed is, heb je je data gereduceerd tot een lijst met thema’s en labels, plus bijbehorende passages.
De themalijst kan als leidraad dienen voor je rapport. Beschrijf de thema’s die jouw onderzoeks- of deelvraag beantwoorden. Gebruik, als het kan, daarbij citaten uit de interviews om bepaalde punten te benadrukken. Zo blijft je rapport ook interessant om te lezen.