Als je een vragenlijst als meetinstrument gebruikt om je onderzoeksvragen te beantwoorden, is het belangrijk dat je iets kunt met de uitkomsten van de vragenlijst. De kwaliteit van de vragenlijst bepaalt de kwaliteit van de verzamelde data. Het goed formuleren van enquêtevragen is daarom belangrijk. Ik geef je een aantal tips/vuistregels die je helpen om goede vragen te formuleren:
In deze blog gaat het over het organiseren van 1-op-1 interviews. De groepsinterviews laten we voor nu even buiten beschouwing.
Wil je meer weten over waar je allemaal aan moet denken bij een interview, lees de volgende blogs:
Er is een aantal zaken waaraan je moet denken wanneer je interviews gaat organiseren:
Bij het plannen van een onderzoek op basis van interviews, moet je niet onderschatten hoeveel tijd het kost om de afspraken te maken. Bij het maken van de afspraak moet de respondent kunnen kiezen tussen een aantal opties. Je kunt niet verwachten dat iedereen zomaar kan op de datum/tijd die jij voorstelt. Een keuze geven dus. Daarnaast plan je de afspraak ook één of enkele weken van te voren, afhankelijk van hoe druk je de agenda van je gesprekspartner inschat.
Het uitwerken van een interview kost ongeveer net zoveel tijd als het houden van het interview zelf. Houdt hier rekening mee wanneer je de planning maakt van het gehele traject. Een ander aspect bij het plannen is dat het interviewen van een respondent behoorlijk vermoeiend is. Plan er dus niet teveel op een dag. Er is niet echt een regel voor, maar 3 interviews van 1 uur is wel het maximum voor een dag.
Voor de uitwerking van de interviews is het fijn wanneer je kan terugluisteren wat er allemaal gezegd is. Zorg ervoor dat je opnameapparatuur bij je hebt. Bij een interview via team/zoom, enz. is dit makkelijk te regelen. Een live of telefonisch gesprek kan met een smartphone opgenomen worden. Vraag wel altijd toestemming hiervoor en verwijder de gesprekken nadat deze is uitgewerkt.
Bij live gesprekken is de locatie van groot belang. De betrouwbaarheid/veiligheid van de locatie is een factor. Een andere factor is dat het een geluidsarme omgeving is waar je niet gestoord gaat worden. Een derde factor is de neutraliteit. Wanneer je bijvoorbeeld werknemers interviewt over de bedrijfscultuur, dan is een locatie waarbij de leidinggevende in de directe omgeving is, minder geschikt.
Natuurlijk is het van belang dat interviewers objectief en onafhankelijk zijn, echter het is niet te vermijden dat de ene interviewer niet exact dezelfde werkwijze gaat hanteren dan een andere. Hou het daarom bij een klein groepje interviewers (max. 3) en voer de eerste paar interviews samen uit zodat je van elkaar weet hoe de vragen worden gesteld en hoe ver er doorgevraagd moet worden.
Na het afronden van een onderzoek, geven we regelmatig een presentatie van de resultaten. De ene kan van nature spreken voor een grote groep, maar de ander vindt het toch wel spannend en is erg zenuwachtig. Graag geven we je wat tips voordat je een presentatie gaat geven.
Bedenk voordat je je presentatie voor gaat bereiden, wat de belangrijkste boodschap is die je over wilt brengen. Wat moet iedereen in je publiek meenemen van je presentatie. Bouw je presentatie hier omheen op. Onze hoofdboodschap is vaak: er zijn effecten, namelijk …. en houdt aandacht voor …. Of Je kunt dit project verbeteren door …..
Maak een mooi presentatie, denk hierbij aan powerpoint, prezi een filmpje of andere visuele ondersteuning tijdens je presentatie. Let hierbij op dat je geen lappen tekst gaat projecteren. Je publiek heeft geen tijd om alles goed te lezen, wanneer ze lezen kunnen ze niet goed naar je luisteren. Zet er steekwoorden, plaatjes, opsommingen op die je verhaal ondersteunen. Dat je publiek weet wat er gaat komen en waar je het over hebt. Maak het visueel aantrekkelijk om naar te kijken. Zorg ervoor dat het je rust geeft en dat het niet afleidt van de boodschap die je aan het vertellen bent.
Niets is zo vervelend om naar te kijken als een presentator die constant op een papier zit te kijken en de tekst voorleest. Leer daarom de belangrijkste punten uit je hoofd. Hierdoor vertel je natuurlijker en houdt het publiek de aandacht. Zorg er dan wel voor dat je de informatie op een natuurlijke manier verteld en het niet gaat opdreunen. Je moet een boodschap vertellen en je publiek meenemen in je verhaal.
Natuurlijk kun je niet de gehele presentatie uit je hoofd leren. Er zijn altijd zaken die je gaat vergeten, kleine details die je niet in je hoofd krijgt. Maak daarom per onderwerp een kaartje en zet daar steekwoorden op, geen zinnen. Hierdoor ga je niet voorlezen, maar heb je wel ondersteuning tijdens je verhaal mocht je iets vergeten.
Een hele belangrijke tip. Neem de tijd, begin op tijd met het voorbereiden van je presentatie. Maak een goede visuele ondersteuning, test die een aantal keer uit. Wellicht heb je er een timer op staan, zorg ervoor dat die niet te snel loopt. Maak de kaartjes, kijk of de woorden die je erop hebt gezet kloppen. En oefen de presentatie een aantal keer (als je weinig ervaring hebt, of het spannend vindt). Niet alleen voor de spiegel, maar ook voor iemand anders. Hierdoor weet je of je verhaal helder is en of het duidelijk is wat je verteld.
Neem ook tijdens de presentatie de tijd, zorg ervoor dat je rustig bent. Kom op tijd, test de apparatuur en zorg ervoor dat je helemaal klaar staat als het publiek binnen komt. Tijdens de presentatie neem je rustmomenten, zodat het publiek de informatie tot zich kunnen nemen. Bedenk dat je niet de trein hoeft te halen, maar juist een verhaal moet vertellen. Spreek daarom niet te snel, maar rustig en duidelijk. Als jij het gevoel hebt dat je te langzaam spreekt, spreek je precies goed. En haal adem op tijd. Als je te snel gaat, kun je af en toe een slokje water drinken. Dan ga je vanzelf langzamer.
Als je dan je presentatie aan het houden bent, bedenk dan dat jij de expert bent. Je hebt je verhaal goed voorbereid, kaartjes gemaakt en de visuele ondersteuning gemaakt. Dus vertrouw op jezelf. Je hebt weken, misschien maanden gewerkt aan dit onderzoek en jij bent de expert op dit gebied. Vertel wat je weet en vertrouw op wat je vertelt. Hierdoor zal het publiek je verhaal voor waar aannemen en gaat je presentatie goed.
Bij het opstellen van een vragenlijst of enquête kun je gebruik maken van verschillende soorten vragen. In deze blog een greep uit de mogelijkheden:
De meest gekozen vraag is de meerkeuze vraag. Hierin geef je de respondent een aantal antwoordopties. Je kunt er zelf voor kiezen hoeveel antwoordmogelijkheden er zijn. Echter moet je niet te veel antwoordopties nemen, dat komt namelijk niet ten goede van je resultaten. Beter gebruik je de optie ‘anders namelijk …’, daar kunnen mensen een antwoordmogelijkheid opgeven als deze er niet tussen staat. Bij een meerkeuze vraag kun je er voor kiezen dat de respondent 1 antwoordmogelijkheid mag opgeven of meerdere opties.
Voorbeeld:
Wat is je favoriete taartvulling?
Bij een grid maak je een matrix met verschillende opties. In de rijen zet je stellingen en in de kolommen de antwoordmogelijkheden. Op deze manier kun je met één vraag meerdere vragen beantwoorden. Verder kun je vragen terug laten komen, alleen dan op een andere manier beschreven of negatief geformuleerd. Op deze manier kun je testen hoe serieus de respondent de vragenlijst heeft ingevuld.
Voorbeeld:
Wat vond je van de chocoladetaart:
Een slider gebruik je bij vragen met een beoordelingsschaal, bijvoorbeeld 1 t/m 10. De respondent kan de slider verzetten naar het juiste getal. Het is belangrijk dat je de respondent uitlegt wat de waarde van de cijfers zijn op de schaal. Is 1 goed of is juist 10 goed. De slider kun je ook gebruiken bij de vraag hoe waarschijnlijk iemand iets vind. Aan de linkerkant zet je helemaal niet en aan de rechterkant heel erg, je laat de respondent dan de slider verzetten naar het punt dat degene het vindt.
Voorbeeld:
Hoe blij ben je met je taart?
Deze vraag kun je aan de respondent stellen als je wilt weten hoe ver iemand is. Je vraagt aan de respondent in te schatten hoeveel procent er af is. Hiervoor kun je ook een slider gebruiken of je laat de respondent het percentage ingeven.
Voorbeeld:
Hoeveel van de taart is op?
0% = niks verbruikt
100% = alles verbruikt
Vul hier het percentage:
Bij deze vraag geef je de respondent om een aantal punten toe te kennen aan verschillende onderdelen. Je geeft de respondent 10 punten en die mogen verdeeld worden over de verschillende onderdelen. Bij de analyse kun je dan uitrekenen wat de gemiddeldes zijn of welk onderdeel het meeste punten heeft gescoord. Op deze manier kun je zien hoe de respondenten de verschillende onderdelen waarderen.
Voorbeeld:
Verdeel 10 punten over wat je favoriete taart is, waarbij je de meeste punten geeft aan je meest favoriete taart en de minste punten naar je minst favoriete taart.
Chocoladetaart | ___ punten |
Appeltaart | ___ punten |
Kersenvlaai | ___ punten |
Slagroomtaart | ___ punten |
Totaal | 10 punten |
Bij ranking vraag je de respondent om een aantal onderdelen op volgorde van waardering of belang te zetten. Zo zie je welke onderdelen belangrijk zijn of goed worden gewaardeerd door je respondenten. Op deze manier weet je welke onderdelen nog extra aandacht nodig hebben.
Voorbeeld:
Zet de volgende onderdelen van taart op volgorde van bepalend voor je oordeel, waarbij 1 het meest belangrijk is.
___ Deeg
___ Vulling
___ Versiering
___ Afmeting
___ Smaak
Er zijn nog veel meer vragen mogelijk, maar met deze selectie kun je al meer variëren in je vragen. Door te variëren, maak je het ook leuk voor je respondent om de vragenlijst in te vullen. Ze moeten goed lezen en opletten wanneer ze de vragenlijst invullen. Zorg er ook voor dat je vragenlijst niet te lang wordt door slim te kiezen in de soort vraag, kun je wel veel informatie ophalen.
Een dashboard geeft snel inzicht in de huidige stand van zaken. Om deze gemakkelijk te lezen, moet deze wel op een goede manier zijn ingericht. Je wilt namelijk een makkelijk overzicht van data die wordt verzameld. Zelf maken we ook op verschillende vlakken gebruik van dashboards. Het geeft ons inzichten in diverse zaken waar we mee bezig zijn, denk hierbij aan een dashboard voor het bereik en conversie van onze marketingactiviteiten of de kosten en opbrengsten van projecten.
Bij het samenstellen van een dashboard kijken we als eerste welke informatie je wilt inzien en welke data je daarbij nodig hebt. Het is belangrijk om goed na te denken welke informatie relevant is. Je kunt wel alles willen zien in grafieken en tabellen, maar dat maakt het er niet overzichtelijker op. Het is juist belangrijk om alleen de relevante informatie te zien en op andere tabbladen de extra aanvullende informatie. Vaak kijk je steeds naar dezelfde informatie.
Om een ontwerp te maken voor je dashboard is het handig om met geeltjes aan te geven wat voor grafieken en tabellen je wilt in je dashboard. Vervolgens kun je kijken wat er past. Als alles een plekje heeft gekregen ga je het bouwen.
Wanneer een dashboard goed is ingesteld kun je er heel veel informatie uithalen. Zo kan er een tijdslijnfilter in staan waar je mee kunt spelen. Zo kun je alleen de informatie laten zien van een maand, een half jaar of juist een aantal maanden. Zeker voor rapportage kan het handig zijn om de informatie te selecteren van een bepaalde periode.
Door het gebruik van grafieken kun je het verloop zien van bijvoorbeeld acties of aantallen. Door maandelijks naar de grafieken te kijken kun je bijstellen waar nodig. Als er bijvoorbeeld ineens een dip in de aantallen zit kun je hier direct actie in ondernemen zodat het de volgende maand weer verbeterd.
In dashboard maken we graag gebruik van filters. Door filters kun je selecteren op een bepaalde doelgroep, een plaats of ander onderwerp dat je handig vind. Met deze filters kun je de grafieken aanpassen naar de informatie die op dat moment relevant voor je is.
Wil je graag dat we met je meedenken over het inrichten van een dashboard of wat het voor jouw organisatie kan betekenen? Lees het hier.
Bij iedere onderzoeksvraag hoort een eigen manier van onderzoeken. Bij de ene onderzoeksvraag is het antwoord het beste te vinden door het doen van kwalitatief onderzoek en bij de andere vraag past kwantitatief onderzoek juist beter. Maar wat houden kwalitatief en kwantitatief onderzoek nu precies in? En wanneer kies je voor een kwalitatieve methode en wanneer voor een kwantitatieve? Of maak je een combinatie?
Kwalitatief onderzoek is gericht op het verkrijgen van informatie over wát er leeft en waaróm. Het geeft diepgaande informatie door in te gaan op achterliggende motieven, meningen, gedachtes, wensen en behoeften van de onderzoeksgroep. is kwalitatief onderzoek de beste methode. Typische vragen voor kwalitatief onderzoek zijn vragen die beginnen met Waarom en Hoe.
Voorbeelden van onderzoeksvragen die door middel van kwalitatief onderzoek beantwoord worden:
De volgende methoden zijn passend voor kwalitatief onderzoek:
Kwantitatief onderzoek is gericht op hoeveelheid. Het geeft je cijfermatige resultaten over een bepaalde groep. Denk hierbij aan: 73% van de deelnemers heeft iets geleerd, gemiddeld krijgen we een rapportcijfer van 7,6 van onze bezoekers of 65% van de leerlingen is van mening veranderd. Typische vragen voor kwantitatief onderzoek zijn vragen die beginnen met hoeveel of in hoeverre.
Voorbeelden van onderzoeksvragen die door middel van kwantitatief onderzoek beantwoord worden:
Vaak wordt voor kwantitatief onderzoek gekozen om inzicht te krijgen in de gevolgen van een programma. Bijvoorbeeld als je verandering in attitude/houding aan wilt tonen naar aanleiding van een activiteit, project of programma. Of als je significante verschillen aan wilt kunnen tonen en deze wil generaliseren naar de massa. Ook voor het doen van cijfermatige uitspraken over een bepaalde doelgroep, kies je voor kwantitatief onderzoek.
Om betrouwbare uitspraken te kunnen doen in een kwalitatief onderzoek moet je onderzoek onder andere representatief zijn. Hiervoor heb je een minimaal aantal deelnemers nodig binnen je doelgroep die hun mening geven. Hiervoor kun je een steekproef trekken. Wanneer deze steekproef een bepaalde omvang en kenmerken heeft (afhankelijk van de onderzoeksvraag), kunnen uitspraken gegeneraliseerd worden naar de hele doelgroep.
De volgende methoden zijn passend voor kwalitatief onderzoek:
Voor de verwerking van kwantitatieve data heb je excel of SPSS nodig, waarmee je allerlei berekeningen kunt maken.
Kwalitatief en kwantitatief onderzoek zijn niet per definitie op zichzelf staand. Kwantitatief en kwalitatief onderzoek kunnen aanvullend zijn op elkaar. Zo kun je kwalitatief onderzoek doen om te komen tot een goede vragenlijst die je breder uitzet. Ook kun je de uitkomsten van een kwalitatief onderzoek interpreteren met kwalitatief onderzoek.
Voor meer inspiratie op het gebied van mogelijke onderzoeksmethoden, kun je kijken bij mijn blog: Een overzicht van verschillende onderzoeksmethoden.
Voordat je begint met de analyse van je data is het goed om te controleren of het veldwerk dat je hebt gedaan goed is uitgevoerd en geregistreerd. Zijn er voldoende respondenten, voldoende vragenlijsten, voldoende observaties, voldoende interviews? En het belangrijkste is je data representatief? Is het representatief voor de gehele onderzoekspopulatie? Om hierachter te komen is het goed om aan datacleaning te doen. Maar wat is dat eigenlijk?
Bij interviews of groepsgesprekken wil het wel eens dat er bepaalde informatie onderbelicht blijft. Kijk daarom halverwege je veldwerk of je al antwoord kunt geven op je onderzoeksvragen. Je hebt dan namelijk nog tijd om extra gesprekken in te plannen of je protocol aan te passen. Op deze manier krijg je alsnog de informatie boven die je nodig hebt. Wanneer je hier aan het eind van je veldwerk achter komt, moet je extra gesprekken inplannen om alsnog achter de informatie te komen.
Bij kwantitatieve data is het belangrijk om te controleren of je voldoende respons hebt ontvangen. Tevens kijk je of de aantallen representatief zijn voor je onderzoekspopulatie. Doe je een onderzoek in de provincie en je hebt alleen respons van één gemeente, dan is dit niet representatief voor de gehele provincie. Naast representativiteit moet je ook controleren op fouten bij invoeren en registreren. Als je fouten ontdekt in de registratie, kijk of je het kunt corrigeren zonder dat de data wordt veranderd. Als je veel fouten ontdekt, kijk waar de fout ligt en pas de vragenlijst aan en controleer intensiever de data.
Controleer of respondenten minimaal 2/3 van de vragen die ze hebben gekregen hebben ingevuld. Let op: soms krijgen ondervraagden slechts een deel van de vragenlijst te zien. Houd daar rekening mee. Als iemand minder dan 2/3 van de vragen heeft ingevuld, moet deze uit het databestand worden verwijderd.
Bekijk tevens de antwoorden van de respondenten, spreken de antwoorden elkaar tegen? Zijn de vragenlijsten ingevuld om ervan af te zijn, als iemand bijvoorbeeld altijd het eerste antwoord heeft aangekruist. Als er te veel interne tegenspraak is, de vragenlijst te onzorgvuldig ingevuld is of veel antwoorden ontbreken, verwijder dan de gehele vragenlijst. Deze antwoorden zijn niet betrouwbaar.
Zorg dat je een databestand hebt waar de goede data in staat, waarmee je de analyse kunt maken. Hierdoor wordt je analyse makkelijker en representatief.
Er zijn verschillende instrumenten die je kunt inzetten om informatie te verzamelen voor het beantwoorden van je onderzoeksvraag. Je kunt bijvoorbeeld een (digitale- of hard copy) vragenlijst uitzetten, individuele – of groepsinterviews houden, gebruik maken van een klankbordgroep of een literatuurstudie doen. Welk instrument je kiest is echter afhankelijk van je informatiebehoefte. Een vragenlijst is bijvoorbeeld niet handig als je achterliggende motieven wilt weten, je kunt dan beter een interview houden. Een interview is juist niet handig als informatie nodig hebt van een grote groep mensen.
Als je per onderdeel van je informatiebehoefte hebt bekeken of het nieuwe of bestaande informatie is, wie je gaat onderzoeken en hoe, dan heb je een overzicht van de te ontwikkelen meetinstrumenten met daarbij de geschikte onderzoeksmethode.
Wij doen een aantal keer per jaar een bezoekersonderzoek. Voor ons is het fijn als de opdrachtgever van te voren al heeft nagedacht over het bezoekersonderzoek. Hier een aantal punten waar je op moet letten als je een bezoekersonderzoek wilt gaan doen.
Als je een bezoekersonderzoek gaat starten is het goed om van te voren duidelijk te hebben welke informatie je nodig hebt. Maak een lijst met onderwerpen waar je meer informatie over wilt hebben en die je nodig hebt om je doelen beter te bereiken. Dus niet onderwerpen die leuk zijn om te weten, maar vooral onderwerpen die je moet weten om verder te kunnen.
Je kunt er dan voor kiezen om zelf onderzoeksvragen op te stellen of doe dat samen met een onderzoeksbureau. Door deze lijst moet je goed nadenken wat je wilt weten en wat je uiteindelijk moet gaan vragen.
Er zijn verschillende soorten onderzoek die je kunt doen bij je bezoekers. Denk hierbij aan een vragenlijst na afloop van het bezoek. Of ga je bezoekers observeren en kijk hoe ze reageren op je tentoonstelling. Maak gebruik van een kort interview, zodat je diepgaande informatie krijgt. Of een scheurkaartje als je maar een paar vragen hebt die beantwoord hoeven te worden. Natuurlijk kunnen er van bovenstaande methodes ook een combinatie worden gemaakt, zodat je voldoende informatie van je bezoekers krijgt.
Misschien wel een van de belangrijkste zaken waar je op moet letten, je doelgroep. Je moet goed nadenken hoe je de doelgroep bereikt en hoe je ze een vragenlijst in laat vullen. Komen er voornamelijk oudere mensen, gebruik dan een papieren vragenlijst of ga ze interviewen. Deze mensen hebben vaak net wat meer tijd. Bij een jongere doelgroep zou je juist gebruik kunnen maken van een online vragenlijst die ze op de telefoon in kunnen vullen. Bedenk daarom goed wie je doelgroep is en hoe je die kunt bereiken.
Wanneer je bezoekers zelf een vragenlijst in laat vullen, vullen de mensen bezoekers het niet in of onvolledig. Het is daarom goed om een vrijwilliger, medewerker of student in te zetten die de bezoekers actief aanspreekt om een vragenlijst in te vullen. Wellicht kan diegene de bezoeker helpen om de vragenlijst in te vullen. Op deze manier vergroot je de respons op je onderzoek. Waar alle respondenten vrolijk van worden is een kleinigheidje als ze de vragenlijst hebben ingevuld. Als er iets tegenover staat, zijn bezoekers eerder geneigd iets in te vullen. Al is het maar een coupon voor een kopje koffie/thee.
Regelmatig krijgen we de vraag of we mee willen kijken naar een vragenlijst. We krijgen dan een enorme vragenlijst met veel te veel vragen. Dat is natuurlijk begrijpelijk, want je wilt zoveel mogelijk informatie krijgen van je respondenten. Maar hoe lang mag een vragenlijst nu zijn? Wij hebben hiervoor een aantal stelregels die wij zelf altijd toepassen.
Wanneer wij een vragenlijst opstellen mag die niet langer zijn dan 3 à 4 A4. Niet alleen om de inhoud maar ook om praktische redenen. Je kunt het makkelijk printen op 2A4 voor en achterkant. Het blijft overzichtelijk voor degene die het invult.
Door de beperking van ruimte moet je ook prioriteiten stellen aan de vragen die je wilt stellen. Bedenk daarom goed van te voren welke vragen echt van belang zijn en welke vragen alleen maar ‘nice to know’ zijn. Het ligt natuurlijk aan het soort vragen, hoeveel vragen dat het zijn. Hierbij gaat de volgende regel in werking.
Je hebt natuurlijk niet alleen vragenlijsten op papier, tegenwoordig heb je steeds meer vragenlijsten die je online invult. Hierbij (maar ook voor papieren vragenlijsten) hanteren wij de regel dat het niet langer dan 5 minuten mag duren. Dit is de tijd die je makkelijk van iemand kunt vragen om een paar vragen te beantwoorden. Langer kan natuurlijk wel, maar dan raakt de respondent de concentratie kwijt voor het invullen van de vragenlijst. Wanneer het te lang duurt zal de respondent halverwege stoppen met invullen en dan ben je de respondent kwijt. Maak de vragenlijst daarom niet te lang en makkelijk invulbaar. Dat betekent ook zo min mogelijk open vragen, maar wel de mogelijkheid om opmerkingen te maken.
De belangrijkste regel voor de lengte is je doelgroep. Het is daarom goed om voor jezelf op te stellen wie je doelgroep is en jezelf een aantal vragen te stellen. Hoeveel tijd heeft de doelgroep om een vragenlijst in te vullen? Welk medium gebruik de doelgroep om de vragenlijst in te vullen? Toch wel belangrijke vragen die de lengte van je vragenlijst bepalen. Oudere bezoekers in een museum hebben meer tijd om een vragenlijst in te vullen dan een jongeren die je op straat aanspreekt.
Natuurlijk zijn dit regels die wij hanteren en wij merken dat ze voor ons werken. Respondenten vullen makkelijk een kortere duidelijke vragenlijst in dan een lange uitgebreide vragenlijst. Bedenk daarom goed wat je wilt bereiken met je vragenlijst en welke informatie je nodig hebt.